Ruim 300 gelijkvormige portieketageflats hebben plaats gemaakt voor 315 levensloopbestendige woningen, variërend van eengezinswoningen tot appartementen in een toren van 14 lagen. In het wooncomplex zijn verspreid over alle drie de woonblokken diverse zorg- en maatschappelijke voorzieningen opgenomen. Zo zijn er onder andere een fietsenwerkplaats en horeca bemand door werknemers met een verstandelijke beperking. Daarnaast zijn er zorgwoningen voor ouderen en verstandelijk en lichamelijk gehandicapten. De zorgwoningen worden door verschillende zorginstellingen aangeboden. Deze ondersteunen de bewoners en hebben tevens het beheer over de maatschappelijke voorzieningen.
Bewoners parkeren onder de binnentuinen van de gesloten bouwblokken in twee parkeergarages. Geluidwerende maatregelen in de woningen langs het spoor en de uitvalswegen beperken de overlast van verkeer. Richting de straat en het spoor zijn er met de toegepaste woningtypologieën alleen maar voorkanten.
| Status | gerealiseerd 2012 |
| Architecten | Ronald Knappers |
| Medewerkers | Krijn Tabbers |
| Opdrachtgever(s) | Portaal Ontwikkeling |
Het Anatomiegebouw in het Bio Science Park te Leiden was tot begin deze eeuw in gebruik door de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit Leiden. Bij de herontwikkeling als Campus Boerhaave blijft het groene en monumentale karakter van het gebied behouden en krijgt het een woonbestemming. In opdracht van de Stichting Boerhaave is het gebouw geschikt gemaakt voor bewoning ten behoeve van internationale promovendi en onderzoekers. Dankzij de hoge ruimtes in het monumentale pand was het mogelijk een insteekverdieping in de wooneenheden te maken en is op deze wijze meer leefruimte gecreëerd. Door het maaiveld rondom te verlagen en van een natuurstenen plint te voorzien is ook in het souterrain een volwaardige woonverdieping gerealiseerd. De 92 wooneenheden variëren in typologie en grootte. Er zijn 1-, 2- en 3-kamer appartementen van 24 - 74 m2 woonoppervlak. Ieder appartement heeft eigen sanitaire voorzieningen en een kitchenette. Verschillende ruimtes in het gebouw zijn voor gemeenschappelijk gebruik, zoals een fietsenstalling, wasruimtes en een ontmoetingsruimte.
Naast het bestaande gebouw is een nieuwe toren gebouwd (ontwerp Mecanoo architecten) met 74 appartementen. Het gehele complex is september 2015 in gebruik genomen.
Het plezier van wonen: ‘MIJN STEK’ in Haarlem
De Amsterdamse buurt is van oorsprong een arbeidersbuurt, met lage bebouwing en een hoge woningdichtheid, gebouwd rond 1900. De mensen die hier wonen voelen zich verbonden met de omgeving. De woningen zijn destijds ontworpen in een eenvoudige, maar verzorgde rode baksteenarchitectuur in een herkenbare stijl. De wijk is door de jaren heen echter ingrijpend veranderd. De karakteristieke kleine woningen ondergingen een vernieuwingsslag; veel woningen werden daarbij uitgerust met (te) grote dakkapellen. Ook werd her en der vervangende nieuwbouw gerealiseerd, die veelal detoneert. De kenmerkende karakteristieken van de Amsterdamse buurt werden bij elke ingreep minder zichtbaar.
De nieuwbouw van ‘MIJN STEK’ vormt een ensemble met de oorspronkelijke bebouwing. Het project staat in de traditie van het werk van de Haarlemse architect van Loghem, met zijn ritmiek, gebruik van baksteen en detaillering. Met dit plan heeft de wijk een hart gekregen, dat vernieuwend en tegelijkertijd vertrouwd aanvoelt.
Na sloop van 29 eengezinswoningen zijn aan het Drilsmaplein en de Dr. Schaepmanstraat 40 nieuwe huurwoningen (‘MIJN STEK’) teruggekomen; 2 kleinschalige appartementengebouwen met 30 appartementen (zowel vrije sector als sociale huur) en 10 eengezinswoningen (vrije sector). De nieuwbouwplannen zijn in opdracht van woningcorporatie Elan Wonen gerealiseerd. De woningen zijn zorgvuldig ingepast in het bestaande stedelijk weefsel. De grootste ingreep waren de relatief omvangrijke appartementengebouwen, die dankzij een setback op de 2e verdieping goed aansluiten op de bestaande bebouwing. Er is veel aandacht besteed aan het open en levendig maken van de begane grond verdieping. Men woont aan de straat. Met omvangrijke balkons en ramen die als grote ogen op het Drilsmaplein kijken en de verzorgde baksteenarchitectuur wordt de centrale functie van het plein versterkt. De appartementen zijn levensloopbestendig ontworpen.
De eengezinswoningen zijn volgens de ‘spaarhuis’ methode van Slokker Innovate gebouwd.
MIJN STEK was 1 van de 10 genomineerde projecten voor de Lieven de Keypenning 2017.
In nauwe samenwerking met de gemeente Leiden heeft VVKH een plan opgesteld voor de transformatie van een voormalige kantoorlocatie aan de Verbeekstraat. Een plek die lange tijd werd gedomineerd door asfalt, parkeerplaatsen en autoverkeer, krijgt een nieuwe toekomst als groen en mensgericht woongebied.
Het plan gaat uit van hergebruik en verdichting van de bestaande kantoorgebouwen. Door voort te bouwen op wat er al is, ontstaat ruimte voor nieuwe woningen én voor een landschappelijke herinrichting van de omgeving. De huidige versteende buitenruimte wordt omgevormd tot een groen verblijfsgebied dat fungeert als overgang en buffer naar de omliggende woonwijken.
Langs de Plesmanlaan sluit het ontwerp aan op de hoogbouwvisie van de gemeente Leiden. Hier vormen nieuwe volumes een stedelijk front aan een belangrijke toegangsroute van de stad. Deze stedelijke schaal contrasteert bewust met het groene en rustige binnengebied, waar de mens centraal staat.
Samen met de ontwikkelingen op de Bio Science Campus aan de overzijde van de Plesmanlaan ontstaat een samenhangend stedelijk ensemble. Het plan draagt bij aan de ontwikkeling van een nieuw stadsdeel waarin wonen, werken en landschap elkaar versterken.
De herontwikkeling van de Verbeekstraat laat zien hoe bestaande kantoorlocaties op een duurzame en realistische manier kunnen worden getransformeerd tot toekomstbestendige woongebieden, met aandacht voor context, leefkwaliteit en langdurig gebruik.
De ‘Villa van Bergenlaan’ ligt in Rijksdorp te Wassenaar, aan de rand van een Natura 2000 gebied.
Gesitueerd op een duinrand kijkt het uit over natuurgebied Lentevreugd. Het is een ingetogen villa die voor een deel in het duin ingegraven is en zo onderdeel wordt van het landschap. Energie voor het huis wordt opgewekt door de zon en de lucht. Omdat de villa voor een deel ondergronds ligt is er een hybride constructie van beton en hout gemaakt. De materialen, zoals inlands eiken, Fraké, beton en geanodiseerd aluminium tonen hun ware aard; het materiaal wordt niet verhuld en krijgt soms een bijzondere bewerking, zoals de houten lattenstructuur in het beton. De buitengevel is één à twee verdiepingen hoog en in hout uitgevoerd, met verholen kozijnen.
Kenmerkend is de beleving van licht, ruimte, materialiteit en verbondenheid met de omgeving. De villa is opgebouwd als een sequentie van separaat te onderscheiden ruimten, een “Raumplan”.