Villa Vlietweg, Leiden

Op een driehoekige kavel, waar de historische Vlietweg wijkt van de Vliet, is een compacte woning gerealiseerd. De woning is vooral ontworpen vanuit de beleving van de Vliet. Het basisplan van de woning bestaat uit ruw gemetselde wanden die in en om elkaar grijpen. De grenzen tussen binnen en buiten zijn vervaagd, het water en het landschap zijn een onderdeel van de woning geworden. Je wordt ontvangen in een klein buitenhof met monumentale bomen. Het venster in de tuinmuur geeft een eerste glimp op het water. De tuinmuur volgend, betreed je de hoge entreehal van de woning. Drie treden geven toegang tot de hoger gelegen woonkamer. De woonkamer heeft een panoramisch uitzicht over het water en ligt beschut naar de weg. In de volledig geopende stand van de vouwpui loopt de vloer van de woonkamer door naar buiten en wordt deze verlengd tot aan de Vliet. Tussen de woonkamer en keuken bevindt zich de trap naar de verdieping. Deze heeft uitkragende treden en een glazen balustrade. Eenmaal boven is er in drie richtingen uitzicht over het water en de met mos-sedum begroeide platte daken.

Dit project is genomineerd voor de Leidse architectuurprijs en de Reynaers projectprijs.

Status gerealiseerd 2012
Architecten Gerrit-Jan van Rijswijk
Medewerkers Tijmen Versluis, Thomas Gillet
Opdrachtgever(s) particulier
Gerelateerd

Samen met restauratieaannemer Burgy uit Leiden is het achterhuis, het tuinhuis van de woning aan de Garenmarkt 9/9a geheel gerestaureerd en gemoderniseerd. In dit deel woont de nieuwe eigenaar. Het voorhuis met een aantal appartementen/studio's voor de verhuur blijft vooralsnog ongewijzigd.

De woning aan de Garenmarkt 9, 9a wordt in de volksmond ook wel 'Thorbeckehuis' genoemd. De woning heeft een van de grootste particuliere achtertuinen van Leiden. In het achterhuis, het tuinhuis (nr. 9a) schreef de liberale staatsman Johan Rudolph Thorbecke in 1848 de herziening van de Grondwet, die ons land veranderde in een constitutionele monarchie. Thorbecke leidde vanaf 1849 drie kabinetten. Een gevelsteen in het Rijksmonument herinnert aan de bewoning door de liberale staatsman en hoogleraar rechten (1798-1872). 

Het plan “de Biezenhof” maakt deel uit van het woongebied Waterrijk Woerden en is gelegen in een van nature waterrijke streek. Het stedenbouwkundige plan van West 8 refereert naar de oud Hollandse watersteden zoals Delft en Leiden. De woningen zijn allemaal verschillend en hebben een specifieke relatie met het water. 

De woningen van de Biezenhof zijn in twee delen opgesplitst: een deel met eengezinswoningen rond een binnenplaats, en een rij waterwoningen met appartementen. De kopers van de woningen konden kiezen tussen diverse woningtypes van 4 verschillende architecten. Geen woning is gelijk; veel woningen hebben een prachtig uitzicht op het water. De eengezinswoningen hebben een tuin en de kadewoningen zijn uitgerust met grote terrassen. Parkeren vindt beperkt plaats in de openbare ruimte, het merendeel van de parkeerplaatsen is ondergebracht in parkeergarages.

Een deel van de kadewoningen refereert met hun karakteristieke uitstekende daken aan de traditionele houten boothuizen in Nederland. Dit versterkt het wonen aan het water gevoel. De gevels aan de straatzijde zijn gemetseld en hebben, afhankelijk van de keuze van de bewoner, een meer open dan wel een meer gesloten karakter.

Het plezier van wonen: ‘MIJN STEK’ in Haarlem

De Amsterdamse buurt is van oorsprong een arbeidersbuurt, met lage bebouwing en een hoge woningdichtheid, gebouwd rond 1900. De mensen die hier wonen voelen zich verbonden met de omgeving. De woningen zijn destijds ontworpen in een eenvoudige, maar verzorgde rode baksteenarchitectuur in een herkenbare stijl. De wijk is door de jaren heen echter ingrijpend veranderd. De karakteristieke kleine woningen ondergingen een vernieuwingsslag; veel woningen werden daarbij uitgerust met (te) grote dakkapellen. Ook werd her en der vervangende nieuwbouw gerealiseerd, die veelal detoneert. De kenmerkende karakteristieken van de Amsterdamse buurt werden bij elke ingreep minder zichtbaar.

De nieuwbouw van ‘MIJN STEK’ vormt een ensemble met de oorspronkelijke bebouwing. Het project staat in de traditie van het werk van de Haarlemse architect van Loghem, met zijn ritmiek, gebruik van baksteen en detaillering. Met dit plan heeft de wijk een hart gekregen, dat vernieuwend en tegelijkertijd vertrouwd aanvoelt.

Na sloop van 29 eengezinswoningen zijn aan het Drilsmaplein en de Dr. Schaepmanstraat 40 nieuwe huurwoningen (‘MIJN STEK’)  teruggekomen;  2 kleinschalige appartementengebouwen met 30 appartementen (zowel vrije sector als sociale huur) en 10 eengezinswoningen (vrije sector). De nieuwbouwplannen zijn in opdracht van woningcorporatie Elan Wonen gerealiseerd. De woningen zijn zorgvuldig ingepast in het bestaande stedelijk weefsel. De grootste ingreep waren de relatief omvangrijke appartementengebouwen, die dankzij een setback op de 2e verdieping goed aansluiten op de bestaande bebouwing. Er is veel aandacht besteed aan het open en levendig maken van de begane grond verdieping. Men woont aan de straat. Met omvangrijke balkons en ramen die als grote ogen op het Drilsmaplein kijken en de verzorgde baksteenarchitectuur wordt de centrale functie van het plein versterkt. De appartementen zijn levensloopbestendig ontworpen.

De eengezinswoningen zijn volgens de ‘spaarhuis’ methode van Slokker Innovate gebouwd.  

MIJN STEK was 1 van de 10 genomineerde projecten voor de Lieven de Keypenning 2017. 

 

Midden in de Vijfhoek, een pittoreske buurt in de binnenstad van Haarlem, ligt een groot pand dat in 1908 werd opgericht door de firma Waaning als fabriek voor Haarlemmer Olie. Inmiddels heeft het pand de status van gemeentelijk monument. Het deel aan de Doelstraat had een representatieve functie. In rijk geornamenteerde kantoorvertrekken werd het bezoek ontvangen dat overtuigd moest raken van de goede eigenschappen van deze wonderolie. Het achterste deel bestond uit magazijn en personeelsvertrekken, en grenst aan een binnenplaats met kokerij. Enkele dagen in het jaar werd hier het zwavelrijke goedje gebrouwen.
Sinds de jaren ’80 is het gebouw in gebruik als woonhuis. De scheiding tussen voor- en achterhuis is doorbroken, maar de sfeer van vroeger is nog goed te herkennen. De nieuwe eigenaar vroeg ons een plan te maken om het gehele pand klaar te maken voor een nieuwe eeuw: energiezuinig, comfortabel, en gericht op het plezier van het wonen, zowel aan de binnentuin als aan de straat. De garagedeuren die afgetimmerd waren vervangen we door royaal beglaasde vouwdeuren. Met vlasisolatie wordt het gebouw van binnen ingepakt. Beglazing wordt vervangen, het dak van buiten geïsoleerd. Warmtepompen en zonnepanelen voorzien in een duurzame energieopwekking. In nauw overleg met Erfgoed blijven karakteristieke elementen behouden. En beginnen de nieuwe bewoners weer een volgend hoofdstuk in de rijke geschiedenis van dit gebouw.

In nauwe samenwerking met restauratie-aannemer Burgy, EPOS advies en energieadviesburo Kroon werd een plan van aanpak opgesteld. Februari 2024 is de bouw gestart.