Villa Vlietweg, Leiden

Op een driehoekige kavel, waar de historische Vlietweg wijkt van de Vliet, is een compacte woning gerealiseerd. De woning is vooral ontworpen vanuit de beleving van de Vliet. Het basisplan van de woning bestaat uit ruw gemetselde wanden die in en om elkaar grijpen. De grenzen tussen binnen en buiten zijn vervaagd, het water en het landschap zijn een onderdeel van de woning geworden. Je wordt ontvangen in een klein buitenhof met monumentale bomen. Het venster in de tuinmuur geeft een eerste glimp op het water. De tuinmuur volgend, betreed je de hoge entreehal van de woning. Drie treden geven toegang tot de hoger gelegen woonkamer. De woonkamer heeft een panoramisch uitzicht over het water en ligt beschut naar de weg. In de volledig geopende stand van de vouwpui loopt de vloer van de woonkamer door naar buiten en wordt deze verlengd tot aan de Vliet. Tussen de woonkamer en keuken bevindt zich de trap naar de verdieping. Deze heeft uitkragende treden en een glazen balustrade. Eenmaal boven is er in drie richtingen uitzicht over het water en de met mos-sedum begroeide platte daken.

Dit project is genomineerd voor de Leidse architectuurprijs en de Reynaers projectprijs.

Status gerealiseerd 2012
Architecten Gerrit-Jan van Rijswijk
Medewerkers Tijmen Versluis, Thomas Gillet
Opdrachtgever(s) particulier
Gerelateerd

De 173 "verandawoningen", zoals het project in het deelplan de Erven binnen ons bureau wordt genoemd, zijn eigentijds, maar hebben een uitstraling die vergelijkbaar is met woningen uit de jaren dertig. De veranda's aan de straatzijde verwijzen met een knipoog naar het verleden. Verhoudingen, detaillering en materiaalgebruik zorgen voor een harmonieus geheel. Ondanks het aantal, zijn de woningen telbaar en herkenbaar. De wisseling in ritme en gebruik van deuren, ramen, kolommen, dakkapellen en diverse dakvormen geven de woningblokken een aangename schaal. Het metselwerk met verschillende steenverbanden, stenen tuinmuren, uniforme dakpannen en een doorgaande (veranda/dak) lijst zorgen voor continuïteit en smeden de blokken tot één harmonieus geheel. De parkeerhoven aan de tuinzijde hebben een informeel en groen karakter. Dit is niet alleen het terrein voor de bewoners en bezoekers om de auto te parkeren, maar is tevens geliefd bij de kinderen als speelgebied. De meeste levendigheid vindt dan ook plaats aan de achterzijde van de woningen, aan de straat/verandazijde heerst een oase van rust.

 

fotografie: Roos Aldershoff ©

Ruim 300 gelijkvormige portieketageflats hebben plaats gemaakt voor 315 levensloopbestendige woningen, variërend van eengezinswoningen tot appartementen in een toren van 14 lagen. In het wooncomplex zijn verspreid over alle drie de woonblokken diverse zorg- en maatschappelijke voorzieningen opgenomen. Zo zijn er onder andere een fietsenwerkplaats en horeca bemand door werknemers met een verstandelijke beperking. Daarnaast zijn er zorgwoningen voor ouderen en verstandelijk en lichamelijk gehandicapten.  De zorgwoningen worden door verschillende zorginstellingen aangeboden. Deze ondersteunen de bewoners en hebben tevens het beheer over de maatschappelijke voorzieningen.

Bewoners parkeren onder de binnentuinen van de gesloten bouwblokken in twee parkeergarages. Geluidwerende maatregelen in de woningen langs het spoor en de uitvalswegen beperken de overlast van verkeer. Richting de straat en het spoor zijn er met de toegepaste woningtypologieën alleen maar voorkanten.

Het woonhuis uit het begin van de 20e eeuw was oorspronkelijk de dienstwoning van het naastgelegen hoofdhuis “Malgre tout”. Hoofdhuis en dienstwoning worden gezien als voorbeeld van de ontwikkeling van buitenplaatsen in de gemeente. Als ensemble zijn de gebouwen en de omliggende tuinen van grote cultuurhistorische waarde. Het ensemble heeft de status Rijksmonument. De zorgvuldig gedetailleerde woning is opgetrokken in rode baksteen onder een rietgedekt wolfsdak. De dienstwoning omvatte oorspronkelijk een garage, paardenstallen en een woning voor de chauffeur.

In 2018 is een ontwerp gemaakt voor restauratie en modernisering van de dienstwoning en uitbreiding met een moderne uitbouw. In de uitbouw wordt een grote woonkamer en keuken gerealiseerd. Aan de uitbouw komt een veranda. Woonkamer en veranda bieden uitzicht op een prachtige Hortensia tuin. De uitbouw is aan de zijde van de tuin helemaal transparant. Aan de andere zijde wordt de uitbouw omarmd door een opengewerkt gemetselde muur. Naar de randen toe wordt de muur transparanter. Door de toepassing van een warmtepomp installatie met een bron, hoogwaardige isolatie, en door het dak van de uitbouw volledig vol te leggen met zonnepanelen is de dienstwoning straks volledig energie neutraal.

Het plezier van wonen: ‘MIJN STEK’ in Haarlem

De Amsterdamse buurt is van oorsprong een arbeidersbuurt, met lage bebouwing en een hoge woningdichtheid, gebouwd rond 1900. De mensen die hier wonen voelen zich verbonden met de omgeving. De woningen zijn destijds ontworpen in een eenvoudige, maar verzorgde rode baksteenarchitectuur in een herkenbare stijl. De wijk is door de jaren heen echter ingrijpend veranderd. De karakteristieke kleine woningen ondergingen een vernieuwingsslag; veel woningen werden daarbij uitgerust met (te) grote dakkapellen. Ook werd her en der vervangende nieuwbouw gerealiseerd, die veelal detoneert. De kenmerkende karakteristieken van de Amsterdamse buurt werden bij elke ingreep minder zichtbaar.

De nieuwbouw van ‘MIJN STEK’ vormt een ensemble met de oorspronkelijke bebouwing. Het project staat in de traditie van het werk van de Haarlemse architect van Loghem, met zijn ritmiek, gebruik van baksteen en detaillering. Met dit plan heeft de wijk een hart gekregen, dat vernieuwend en tegelijkertijd vertrouwd aanvoelt.

Na sloop van 29 eengezinswoningen zijn aan het Drilsmaplein en de Dr. Schaepmanstraat 40 nieuwe huurwoningen (‘MIJN STEK’)  teruggekomen;  2 kleinschalige appartementengebouwen met 30 appartementen (zowel vrije sector als sociale huur) en 10 eengezinswoningen (vrije sector). De nieuwbouwplannen zijn in opdracht van woningcorporatie Elan Wonen gerealiseerd. De woningen zijn zorgvuldig ingepast in het bestaande stedelijk weefsel. De grootste ingreep waren de relatief omvangrijke appartementengebouwen, die dankzij een setback op de 2e verdieping goed aansluiten op de bestaande bebouwing. Er is veel aandacht besteed aan het open en levendig maken van de begane grond verdieping. Men woont aan de straat. Met omvangrijke balkons en ramen die als grote ogen op het Drilsmaplein kijken en de verzorgde baksteenarchitectuur wordt de centrale functie van het plein versterkt. De appartementen zijn levensloopbestendig ontworpen.

De eengezinswoningen zijn volgens de ‘spaarhuis’ methode van Slokker Innovate gebouwd.  

MIJN STEK was 1 van de 10 genomineerde projecten voor de Lieven de Keypenning 2017.